← Academy

Voorbereiding: labelprinter installatie

Dit artikel gaat specifiek over het installeren van een labelprinter in combinatie met een Windows stuurprogramma.
Er zijn andere mogelijkheden beschikbaar zoals het direct aansturen van een printer met stuurcode, vraag naar de mogelijkheden.

Scope: dit artikel gaat alleen over de labelprinter en de driver. Voor de labelsoftware verwijzen we naar het aparte artikel: “Voorbereiding & installatie labelsoftware” zie: Labelsoftware installatie voorbereiding

Checklist (kort)

Adminrechten beschikbaar voor driverinstallatie.
– Keuze verbinding: USB, Netwerk of anders.
– Bij netwerk: DHCP‑reservering of Vast IP (IP/Subnet/Gateway) en evt. Hostname + DNS.
– (Aanrader) Installatie via printserver en delen naar werkstations geregeld.
– Poorten/Firewall oké (9100 evt. 80/443).

1) Benodigdheden en toegang

  • Administratorrechten op het (werk)station of de (print)server om de labelprinterdriver te installeren.

  • Printer hardware, voedingskabel en juiste datakabel(s) (USB/Ethernet/serieel).

  • Labels en (indien van toepassing) ribbon op rol; juiste kernmaat en etiketformaat.

  • Toegang tot het netwerk (bekabeld) of de juiste poorten op de server.

2) Verbindingsopties

De labelprinter kan op verschillende manieren worden aangestuurd:

a) USB (direct aan werkstation)

  • Geschikt voor één werkplek.

  • Simpelste installatie; minder flexibel voor meerdere gebruikers.

b) Netwerk (Ethernet) — aanbevolen voor meerdere werkplekken

Kies één van de twee netwerkmethoden:

  1. DHCP-reservering op MAC-adres

    • Sluit de printer aan → laat DHCP een IP uitdelen → maak reservering op de DHCP-server o.b.v. het MAC-adres van de printer.

    • Voordeel: centrale beheersing; IP blijft vast, beheer blijft bij IT.

  2. Vast IP in de printer

    • Wij hebben nodig: IP-adres, Subnetmasker en Gateway.

    • Optioneel: Hostname instellen. Als hostname wordt gebruikt, geef dan ook het DNS/Nameserver-adres door zodat de naam resolveert.

c) Overige (serieel/anders)

  • Soms sturen we aan via serieel of een andere interface. Dit gaat altijd in overleg en projectspecificiek.

3) Installatie via (print)server (aanrader)

  • In verband met labelsoftware licenties en centraal beheer adviseren we:
    Eerst installeren op een (print)server → vervolgens als gedeelde printer toevoegen op werkstations.

  • Vereist: toegang tot de server of afstemming met jullie IT (partner) om de share en machtigingen in te richten.

4) Stuurprogramma (driver)

  • Het te gebruiken stuurprogramma hangt af van:

    • Of er al labelprinters/‑drivers geïnstalleerd zijn op het werkstation/de server.

    • Welke labelsoftware gebruikt (gaat) worden.

  • Beleid: als er al een passende driver aanwezig is, houden we die doorgaans aan. Het wijzigen of updaten van drivers kan impact hebben op reeds geïnstalleerde printers en bestaande workflows.

  • Functionaliteit verschilt per fabrikant/driver (bijv. extra instellingen of optimalisaties). We kiezen de driver die de benodigde features biedt voor jullie toepassing.

  • Veelgebruikte downloadlocaties:

5) Netwerk- & security‑vereisten

  • Zorg dat de printer/printserver bereikbaar is vanaf de werkstations.

  • Open waar nodig de gangbare printprotocollen op interne firewalls:

    • RAW: TCP 9100

  • Toegang tot de webinterface van de printer (vaak HTTP 80/HTTPS 443) kan handig zijn voor beheer.

6) Hardware‑voorbereiding

  • Stroompunt en (bij netwerk) actieve netwerkaansluiting op de locatie van de printer.

  • USB‑kabel niet te lang (voorkom instabiliteit); Ethernet bij voorkeur Cat5e/6.

  • Leg labels/ribbon klaar.

7) Stappen op de dag van installatie

  1. Printer fysiek plaatsen en aansluiten (stroom + gekozen interface).

  2. (Bij netwerk) DHCP‑reservering aanmaken of vast IP/hostname instellen.

  3. Controle: ping/webinterface bereikbaar; poorten open.

  4. Driver installeren met administrator rechten op server of werkstation.

  5. (Servervariant) Printer delen en rechten instellen; op werkstations gedeelde printer toevoegen.

  6. In driver de juiste media‑instellingen configureren (formaat, sensor, afdrukdichtheid, snelheid).

  7. Testprint uitvoeren en resultaat controleren.

8) Gegevens die we vooraf graag ontvangen

  • Gewenste aansluitmethode: USB of Netwerk (DHCP‑reservering / Vast IP / Hostname + DNS).

  • Locatie(s) van plaatsing en of er een printserver gebruikt wordt.

  • Contactpersoon IT en eventuele change‑procedures.

  • Labelspecificaties: formaat, materiaal, ribbon‑type (wax/wax‑resin/resin).