Labelsensor instellen en kalibreren op de Novexx XLP printer

De labelsensor vertelt de printer waar het ene label ophoudt en het volgende begint. Staat de sensor verkeerd, dan drukt de printer over de labelgrens heen of vindt hij de start van een label niet. Deze procedure geldt voor alle XLP-modellen.
Labelsensor positioneren
- Open de printkop-drukhendel.
- Draai de sensor met de draaiknop dwars op de printrichting, tot hij gecentreerd staat boven de tussenruimte tussen de labels (of boven de ponsuitsparing bij ponsmateriaal).
- Sluit de printkop-drukhendel weer.
Label pitch automatisch meten
Druk op het Home-scherm de toetsen 3 en 4 tegelijk in. De printer voert het materiaal door tot twee labelstartmarkeringen langs de sensor zijn gegaan, berekent daaruit de afstand tussen de labels (de pitch) en zet die zelf in de parameter Print > Material > Label > Material length. Het materiaaltype wordt daarbij automatisch op “Punched” gezet.
Label pitch handmatig invoeren
Weet je de pitch al, bijvoorbeeld van de labelspecificatie, dan hoef je niet automatisch te meten. Meet de afstand op en vul die rechtstreeks in bij Print > Material > Label > Material length.
Als de automatische kalibratie mislukt
Vindt de printer na 500 mm doorvoer geen pons of tussenruimte, dan stopt hij met statusmelding 9038 “No gap found”. Is de pitch van jouw materiaal groter dan 500 mm, voer de waarde dan handmatig in zoals hierboven beschreven. Is de pitch kleiner, controleer dan de positie en de reinheid van de sensor: dezelfde oorzaken die aan foutmelding 5001 ten grondslag liggen, spelen hier ook. Zie Novexx XLP foutcodes en statusmeldingen voor beide codes.
Wanneer opnieuw kalibreren
Stel de labelsensor opnieuw in zodra je overstapt op een ander formaat of type labelmateriaal. Bij het laden van nieuw materiaal zie je in Labels en thermisch transferlint laden in de Novexx XLP printer ook een verwijzing hierheen.