← Academy

Print to File instellen in Windows

Met de functie “Print to File” kan de ruwe printerdata worden weggeschreven naar een bestand in plaats van naar een fysieke printer. Dit is nuttig voor het vastleggen van printdata voor diagnose, het testen van printconfiguraties, of het opslaan van ruwe printercommando’s (zoals ZPL, EPL of TSPL) voor later gebruik.

In dit artikel wordt stap voor stap beschreven hoe je een lokale poort aanmaakt die de printdata naar een bestand schrijft.

Stappen

1. Open de printereigenschappen

Ga naar Windows Instellingen > Printers en scanners, selecteer de gewenste printer en open de Printereigenschappen (niet te verwarren met “Voorkeursinstellingen voor afdrukken”). Navigeer vervolgens naar het tabblad Poorten.

2. Voeg een nieuwe poort toe

Klik op de knop Poort toevoegen…

3. Selecteer het poorttype

Selecteer Local Port in de lijst en klik op Nieuwe Poort…

4. Geef het bestandspad op

Voer in het veld “Poortnaam” het volledige pad in waar het bestand moet worden weggeschreven. Bijvoorbeeld:

C:PrintOutputoutput.prn

Zorg ervoor dat de opgegeven map al bestaat op het systeem. De printer zal het bestand zelf aanmaken, maar de bovenliggende map moet aanwezig zijn.

5. Sluit het dialoogvenster

Klik op OK en vervolgens op Sluiten om het venster voor het toevoegen van poorten af te sluiten.

6. Selecteer de nieuwe poort

Controleer op het tabblad Poorten dat de zojuist aangemaakte poort is aangevinkt als actieve poort voor de printer. Klik op Toepassen om de wijziging op te slaan.

7. Test de configuratie

Stuur een testafdruk naar de printer. De ruwe printdata wordt nu weggeschreven naar het opgegeven bestandspad in plaats van naar een fysieke printer.

Toepassingen

  • Diagnose: Analyseer de ruwe printercommando’s om problemen met labelopmaak op te sporen.
  • Testen: Controleer of de juiste printdata wordt gegenereerd voordat je deze naar een fysieke printer stuurt.
  • Archivering: Sla printdata op voor latere reproductie of controle.
  • Ontwikkeling: Gebruik het gegenereerde bestand om printercommando’s te inspecteren en aan te passen.

Aandachtspunten

  • Het bestand wordt bij elke volgende afdruk overschreven. Wil je meerdere bestanden bewaren, wijzig dan tussentijds de bestandsnaam of kopieer het bestand na elke afdruk.
  • De opgeslagen data is ruwe printerdata en kan niet direct worden geopend als leesbaar document. Gebruik een teksteditor of een specifieke viewer voor het betreffende printercommandoformaat.
  • Om de printer weer naar een fysiek apparaat te laten printen, ga terug naar het tabblad Poorten en selecteer de oorspronkelijke printerpoort (bijvoorbeeld USB of netwerk).